Raad van State wijst beroepen tegen Windpark N33 af

| 1 februari 2024

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft afgelopen woensdag in een uitspraak over het rijksinpassingsplan ‘Partiële herziening Windpark N33’ de ingediende beroepen ongegrond verklaard.

Windpark Eekerpolder © RWE

De zaak ging over de wijziging van het inpassingsplan voor de aanleg van Windpark N33. Het rijksinpassingsplan Windpark N33 voorziet in de oprichting en exploitatie van het windpark. Dit plan is met de uitspraak van de Afdeling 29 mei 2019 definitief geworden. Windpark N33 bestaat uit 35 windturbines met ieder een vermogen van 4,3 MW op verschillende plekken langs de provinciale weg N33. Het windpark wordt gevormd door twee deelparken: Windpark Eekerpolder (RWE) en Windpark Vermeer (Eurus Energy).

Bij besluit van 21 maart 2022 hebben de ministers een partiële herziening van het rijksinpassingsplan Windpark N33 vastgesteld. In het gewijzigde inpassingsplan zijn de regels voor obstakelverlichting aangepast aan de nieuwste internationale burgerluchtvaarteisen. Daarin is bepaald dat obstakelverlichting gedurende de dag wit moet knipperen om goed zichtbaar te zijn voor het luchtverkeer. Omdat die regel dus niet in overeenstemming is met de nieuwste burgerluchtvaartregels, hebben de ministers de regel in het inspassingsplan aangepast door de passage over vast brandende verlichting te schrappen.

Beroepen

Een aantal omwonenden uit de gemeente Midden-Groningen en de gemeente Veendam en Stichting Platform Tegenwind N33 zijn tegen het aangepaste inpassingsplan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 17 oktober 2023 op zitting behandeld.

Een appellant heeft een beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit over de partiële herziening van het rijksinpassingsplan Windpark N33. De Afdeling heeft dit beroep als niet-ontvankelijk verklaard omdat dit doel als is bereikt met het besluit van 21 maart 2022.

Daarnaast zijn er beroepen ingesteld tegen het hierboven genoemde besluit van 21 maart 2022. Het belangrijkste bezwaar van de omwonenden is dat de ministers bij het nemen van het bestreden besluit ten onrechte niet opnieuw een integrale beoordeling hebben gemaakt van de ruimtelijke gevolgen van het rijksinpassingsplan Windpark N33, ook al is dat plan onherroepelijk.

De betogen geven samengevat aan dat de ministers niet konden volstaan met een wijziging van artikel 4.1.3, onder b, van de regels van het rijksinpassingsplan Windpark N33, maar dat zij verplicht waren om dat rijksinpassingsplan volledig te herzien. Zij verwijzen hierbij naar het Nevele-arrest.
Volgens een appellant hadden de ministers nieuwe normen moeten stellen, en had er ook een nieuwe milieubeoordeling moeten worden gemaakt, omdat het milieueffectrapport (MER) uit 2016 niet meer actueel is.

Appellanten hebben in hun stukken nog diverse andere gronden aangevoerd die de Afdeling, mede gelet op de omvang van het bestreden besluit, niet inhoudelijk kan bespreken. Zo stellen alle appellanten hinder te ondervinden van de windturbines van het windpark N33, onder meer van geluid en slagschaduw, is de procedure van de totstandkoming van het inpassingsplan voor het windpark onzorgvuldig verlopen, en geven de ministers ten onrechte geen inzicht in de klachten, overlast en gezondheidsproblemen die door de windturbines worden veroorzaakt.

De Afdeling geeft aan dat het rijksinpassingsplan in rechte onaantastbaar is geworden en dat de reikwijdte van het bestreden besluit is beperkt tot de (ambtshalve) wijziging van de planregel over obstakelverlichting. Lees hier de volledige uitspraak. Bron: RvS

 

Tags: , , , , , ,

Category: Onshore windparken, Windenergie

Reacties zijn gesloten.