Ed Nijpels ziet goede kansen voor windenergie in Nederland

| 4 april 2014

Ed Nijpels is voorzitter van de permanente commissie die toeziet op de uitwerking van het SER-energieakkoord. In de aanloop naar het Nationaal Windenergie Congres welke op 15 & 16 mei in Nieuwegein georganiseerd wordt, zijn er een aantal vragen gesteld aan Nijpels. Zie hieronder

Werken aan draagvlak en innoveren zijn de belangrijkste opgaven voor de windenergiesector. Voor de opschaling naar 6000 MW op land is lokaal draagvlak onmisbaar.


Welke kansen komen er voor de windenergiesector voort uit het Energieakkoord?

Het Energieakkoord zet in op een forse groei van energieopwekking uit hernieuwbare bronnen, zoals wind op land, wind op zee en lokale opwekking met zonne-energie. Het doel is om het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14 procent in 2020 en de verdere stijging van dit aandeel naar 16 procent in 2023 te laten groeien. Concreet is dit uitgewerkt in afspraken die windenergie op land tot 2020 doen groeien naar 6000 MW. En het is uitgewerkt in afspraken over windenergie op zee, met als ambitie om tot 2023 te groeien naar een operationeel vermogen van 4450 MW. Met zulke ambities krijgt de windenergiesector een enorme boost. Het Energieakkoord bevat bovendien een groot aantal maatregelen die bijdragen aan verbetering van de investeringszekerheid. Denk aan verbetering van de financiering, een robuust wettelijk kader en een gezamenlijke inzet van alle partijen om het draagvlak voor windenergie te vergroten. Allemaal maatregelen die de Nederland ook internationaal een gezicht geven met nieuwe energiesystemen. Waar we gelet op teruglopen van aardgas toch een keer naar toe zullen overgaan. En verder kan het als we het slim doen de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven in deze sector versterken en nieuwe werkgelegenheid creëren. Bv bouwbedrijven, toeleveranciers, onderhoud en maintenance, offshore installatie.

Hoe borgen we de uitvoering van de windenergieafspraken?

Het Energieakkoord is een akkoord voor en door partijen, waarbij ieder een eigen taak en verantwoordelijkheid heeft. Om een goede uitvoering te borgen is de permanente Commissie Borging ingesteld. Deze commissie is samengesteld uit alle bij het Energieakkoord betrokken partijen, onder mijn voorzitterschap. Partijen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de succesvolle uitvoering en uitwerking van het akkoord. Samenwerking is nodig om resultaten te bereiken. Denk bijvoorbeeld aan de realisatie van 6000 MW windvermogen op land in 2020. Dat lukt alleen als de windsector, Rijk, provincies en gemeenten, natuur- en milieuorganisaties samenwerken en burgers op een constructieve manier betrekken.

De voortgang van de uitvoering wordt transparant voor partijen en publiek door middel van een dashboard met de actuele stand van zaken voor alle 175 acties. Ook brengt de borgingscommissie jaarlijks een voortgangsrapport uit aan de voorzitter van de SER en beoordelen de planbureaus eens per jaar de realisatie in de Nationale Energie Verkenning.  Een formele evaluatie van het Energieakkoord vindt plaats in 2016. Dan wordt de voortgang beoordeeld. Wanneer zou blijken dat de afgesproken maatregelen ontoereikend zijn om de doelen te realiseren, zullen partijen gezamenlijk besluiten over aanvullende maatregelen.

Wat is de belangrijkste opgave in 2014 voor de windenergiesector?

Werken aan draagvlak en innoveren zijn de belangrijkste opgaven voor de windenergiesector. Voor de opschaling naar 6000 MW op land is lokaal draagvlak onmisbaar. Dat vraagt om een betere verdeling van lusten en lasten (compensatie en participatie) tussen ontwikkelaars en de omgeving. De sector zal omwonenden actief bij planontwikkeling moeten betrekken en het maatschappelijk rendement van windparken voor de omgeving moeten vergroten. In het Energieakkoord is daarover o.m.  afgesproken dat de sector in overleg met natuur- en milieuorganisaties en IPO/VNG een gedragscode ontwikkelt die voor vergunningverleners de basis vormt voor de genoemde eisen.

Ten tweede is innovatie nodig, met name om de kosten van wind op zee te verlagen. In het Energieakkoord wordt uitgegaan van een gemiddelde kostprijsreductie van wind op zee met 40% per MWh te realiseren over de periode 2014-2024. Dat is in lijn met de green deal die is gesloten tussen rijk en sector. Toekenning van de SDE+-middelen gaat plaatsvinden in de vorm van taakstellende aanbestedingen, waarin deze kostendaling is verdisconteerd. Bij grotere kosteneffectiviteitswinst en haalbaarheid is het denkbaar dat de uitrol van wind op zee nog versneld wordt.

Hoe ziet u de toekomst van windenergie in Nederland?

Ik zie goede kansen voor windenergie in Nederland. Het Energieakkoord zet in op een forse groei van windenergie op land en op zee. De windenergiesector krijgt de komende jaren een enorme boost met een groot aantal maatregelen die de investeringszekerheid versterken. Ik hoop en verwacht dat daarmee de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven zal verbeteren en nieuwe werkgelegenheid ontstaat. Niet alleen in de windsector, maar in de hele kustregio. De realisatie van windparken op zee kan impulsen geven aan de regionale economie van havens zoals Vlissingen, IJmuiden, Den Helder en de Eemshaven.

En met de groei in Nederland kan de sector zich ook sterker positioneren in de Noordwest-Europese regio. De Noordzee is zeer geschikt voor grootschalige ontwikkeling van windenergie. Alle landen in deze regio hebben dan ook ambities om in de Noordzee windparken te realiseren, maar Nederland heeft een relatief gunstige uitgangspositie met zijn havens en zijn sterke offshore industrie.  Wanneer de sector bovendien door innovatie de kostprijs van wind op zee met 40% per MWh reduceert, dan schept dat Europese en mogelijk mondiale exportkansen voor de Nederlandse windsector.

ed-nijpels-nieuw_web

Klik hier voor meer informatie over het congres
Bron: Euroforum

Tags: , , , ,

Category: Beleggen, Electriciteit, Groene energie, Overheid, Windenergie, Windmolens, Windparken, Windturbinefabrikanten

Reacties zijn gesloten.