Hoger beroep tegen weigering handhavingsverzoek voor windpark in Slootdorp ongegrond verklaard

| 7 februari 2024

Vandaag heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een hoger beroep tegen de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon om maatregelen te nemen tegen Windpark Cluster WRX in Slootdorp ongegrond verklaard.

Bij besluit van 1 mei 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hollands Kroon een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van 32 windturbines in Slootdorp, nabij het Amstelmeer, langs de Wiertocht, Ulketocht, Kleitocht en tussen de Westfrieschevaart en Alkmaarseweg. Deze windturbines zijn sinds eind 2021 eigendom van ASR Windpark Wieringermeer B.V. en maken onderdeel uit van het grotere project Windpark Wieringermeer (99 windturbines) dat naast deze 32 windturbines ook de 50 windturbines van het Windpark Prinses Ariane van Vattenfall omvat en de overige bij het testcentrum voor windenergie.

Op 21 augustus 2019 is een aanvraag ingediend voor het milieuneutraal wijzigen van de vergunde situatie. Deze verandering betreft het enkele meters verplaatsen van vijf windturbines. Met deze aanvraag is ook melding gedaan op grond van artikel 1.10, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat destijds gold en zijn het windturbinetype en de gevolgen daarvan gemeld. In de notitie van 31 mei 2019 bij die melding, is gerekend met het nieuwere type N117/3600 STE van fabrikant Nordex op een ashoogte van 120 m en is rekening gehouden met verschuivingen van de coördinaten van de windturbines.

Bezwaar

Onder de 32 windturbines zijn twee windturbines (NB02 en NB03) die respectievelijk op een afstand van 400 m en 556 m van van een perceel staan van een aantal omwonenden en gevestigden (verder appellant genoemd). Zij hebben het college op 23 december 2019 verzocht handhavend op te treden, omdat volgens hem het aan de melding ten grondslag gelegde akoestische onderzoek voor de windturbines wat betreft het bepalen van het bronvermogen niet deugdelijk is. Er zou hierdoor niet aan de indieningsvereisten van het Activiteitenbesluit zijn voldaan. De gemeente heeft het handhavingsverzoek afwezen omdat uitgegaan mocht worden van de gegevens van de fabrikant en dat daarmee aan de indieningsvereisten van het Activiteitenbesluit is voldaan wat betreft de eis van het aanleveren van een akoestisch onderzoek. Appellant is vervolgens naar de rechtbank Noord-­Holland gegaan. Die oordeelde vervolgens in het voordeel van de gemeente.

Appellant was het hier niet mee eens en is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die heeft de zaak op 9 oktober 2023 op zitting behandeld en op 7 februari 2024 uitspraak gedaan.

Uitspraak

Appellant voert in het hoger beroep aan dat de rechtbank heeft miskend dat de geluidsrapporten ondeugdelijk zijn omdat de gegevens die door de fabrikant zijn aangereikt zijn gebaseerd op een schatting. Verder zou de rechtbank ten onrechte hebben geoordeeld dat niet ook de aan het bronvermogen ten grondslag liggende meetgegevens in het akoestisch onderzoek moeten worden vermeld.

Volgens de Afdeling heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college uit mocht gaan van de juistheid van de door de fabrikant aangeleverde gegevens over het bronvermogen bij beoordeling van de melding,  dat aan de indieningsvereisten uit het Activiteitenbesluit is voldaan, en dat daarom geen aanleiding bestond voor het College om handhavend op te treden.

Daarnaast voert appellant aan dat de rechtbank er ten onrechte van uit is gegaan dat het verschil tussen de typen gondelconfiguraties enkel zit in de op de gondels geplaatste sensoren. Appellant betwist dit. In het typecertificaat van de windturbine staat dat de generator een groter vermogen heeft. Volgens hem produceert deze daarom meer geluid.

Het College heeft toegelicht dat het verschil tussen de gondels alleen ziet op sensoren die verband houden met onder andere de stilstandregeling, vleermuizenafwering en zonneschittering en geen effect heeft op de geluidbelasting. Verder heeft het college ter zitting toegelicht dat de generator geen invloed heeft op het geluidsniveau. De Afdeling ziet in wat appellant heeft aangevoerd geen aanleiding om eraan te twijfelen dat de toelichting van het college daarover juist is. Lees hier de volledige uitspraak.

Category: Onshore windparken, Windenergie

Reacties zijn gesloten.