IRENA verwacht 288 GW aan geïnstalleerde offshore windcapaciteit tegen 2030

| 21 oktober 2020

Offshore hernieuwbare energiebronnen gaan naar verwachting het komende decennium een grote groei doormaken. Volgens de projecties van het International Renewable Energy Agency (IRENA) zal de wereldwijde geïnstalleerde capaciteit voor offshore wind- en oceaanenergie tegen 2030 respectievelijk 228 GW en 10 GW bereiken.

Offshore duurzame energiebronnen als offshore wind-, golf-, getijden-, oceaan-thermische en drijvende zon-PV moeten een grote rol in de energietransitie wereldwijd spelen. Vanuit deze gedachte is een samenwerkingsverband (Collaborative Framework on Offshore Renewables) opgezet met als doel vooruitgang te boeken op gebieden die relevant zijn voor offshore hernieuwbare energiebronnen, waaronder technologieontwikkeling, onderzoek en innovatie, marktprikkels, regelgevingskaders en duurzaamheid.

Het samenwerkingskader kwam voor het eerst bijeen op 25 juni 2020. Onlangs vond de tweede bijeenkomst plaats tussen 40 vertegenwoordigers van 40 landen om te kijken op welke gebieden samengewerkt kan worden en welke maatregelen genomen dienen te worden om de voortgang van de offshore duurzame energietechnologieën te versnellen en een snelle invoering te garanderen. De Global Wind Energy Council (GWEC) en Ocean Energy Europe (OEE) leverde hier ook support.

Tijdens deze bijeenkomst benadrukte Francesco La Camera, directeur-generaal van IRENA, het belang van offshore hernieuwbare energiebronnen om aan de groeiende energiebehoefte te voldoen en de levensomstandigheden te verbeteren. Deze zouden het potentieel hebben om meer dan vier keer aan de wereldwijde energievraag van vandaag te voldoen, een blauwe economie te bevorderen en sociaaleconomische voordelen te bieden aan enkele van de meest kwetsbare gebieden voor klimaatverandering, zoals kleine eilandgebieden en kustgebieden, aldus La Camera.

Momenteel wordt 90% van het wereldwijd geïnstalleerde offshore windvermogen in gebruik genomen en geëxploiteerd in de Noordzee en de nabijgelegen Atlantische Oceaan. Ben Backwell, CEO van GWEC, schrijft de snelle opname van offshore wind in Europa toe aan regionale samenwerking op het gebied van interconnectie, maritieme ruimtelijke planning (MSP) en sectorkoppeling in de Noordzee. Hij benadrukte de cruciale rol die het Collaborative Framework kan spelen bij het bevorderen van soortgelijke regionale partnerschappen in andere delen van de wereld.

Rémi Gruet, CEO van OEE, onderstreepte als vertegenwoordiger van de oceaanenergiesector het belang van oceaanenergie dat door haar voorspelbaarheid een goede aanvulling zou zijn voor de variabele duurzame energiebronnen als wind en zon. Hij schat dat de sector tegen 2050 wereldwijd meer dan 1,2 miljoen banen kan opleveren.

De leden waren het tijdens de meeting ook eens over 13 aandachtspunten voor het Collaborative Framework, rond de eerder genoemde gebieden van technologieontwikkeling, onderzoek en innovatie, marktprikkels en duurzaamheid. Deze aandachtspunten omvatten analyses over het versnellen van technologiekostenreductie, netwerkintegratie, resource mapping en de koppeling van offshore hernieuwbare energiebronnen met Power-to-X-technologieën. De deelnemers wezen ook op de belangrijke rol van IRENA en het Collaborative Framework bij het bevorderen van een wereldwijde Offshore Renewables-agenda op andere relevante multilaterale locaties, waaronder de G20 en de COP26.

De IRENA-leden kwamen ook de modaliteiten overeen voor toekomstige vergaderingen in het kader van het samenwerkingskader, waaronder de selectie van Italië en Tonga als co-facilitators. Bron: IRENA

Tags: ,

Category: Wereldwijd

Reacties zijn gesloten.