GWEC: Vestas leverde in 2019 de meeste windturbines

| 27 mei 2020

In 2019 werden er een record van 22.893 windturbines met een gezamenlijk vermogen van 63 GW wereldwijd geleverd en geïnstalleerd. De turbines zijn afkomstig van 33 verschillende turbineleveranciers. Dit waren er in 2018 nog 37. Vestas staat met 18 % bovenaan de lijst.

Dit blijkt uit de tweede editie van haar jaarlijkse rapport Supply Side Analysis 2019 dat door de Global Wind Energy Council (GWEC) op haar market intelligence platform is gepubliceerd. Het gaat in het rapport om het aantal windturbines dat door de leveranciers is geleverd en geïnstalleerd (er wordt niet gekeken of deze ook aan het grid zijn verbonden).

Vestas rankte in de vorige editie ook al als eerste. Met een afzet in meer dan 40 landen wist de Deense leverancier ook in 2019 deze positie vast te houden. Vestas wordt hier gevolgd door Siemens Gamesa Renewable Energy (15,7 %). De Spaanse turbineleverancier liet een verdubbeling zien in het aantal geïnstalleerde offshore windturbines. Het wist hiermee Goldwind (13,2 %) te passeren die genoegen moet nemen met een derde plaats. Dit terwijl de Chinese leverancier in 2019 haar jaarlijkse installaties met 19 % zag toenemen.

De overige plekken worden bezet door: GE Renewable Energy (11,6 %), Envision (8,6 %), Mingyang (5,7 %), Nordex Acciona (4,9 %), Enercon (3,0 %), Windey (2,5 %), Dongfang (2,1 %), Sewind (2,0 %), CSIC Haizhuang (1,8 %), United Power (1,7 %), Senvion (1,7 %), MHI Vestas (1,6 %). In totaal staan er 8 Chinese windturbineleveranciers in de top 15.

Records in 2019
De 63 GW aan installaties is een record ten opzichte van 2018. In 2019 werd met 6,1 GW ook een record aan offshore windturbine installaties gezet. Van de top 15 turbineleveranciers waren er tien die offshore windturbines hebben geïnstalleerd, goed voor 99,9 % van al het geïnstalleerd offshore windvermogen. Voor het eerst staat er een turbineleverancier in de top 15 die enkel offshore windturbines installeert, namelijk MHI Vestas.

De top 6 turbineleveranciers vergrootten hun gezamenlijke aandeel van 70 % in 2018 naar 72 % in 2019. Volgens GWEC CEO Ben Backwell is in het huidige competitieve landschap een trend ontstaan waarbij de leveranciers hun activiteiten meer uitbreiden in plaats van enkel gericht te zijn op de productie zelf.

Gemiddelde turbinevermogen
In 2019 was het gemiddelde vermogen van nieuwe windturbines iets over de 2750 kW, een groei van 72 % ten opzichte van de 1156 kW in 2009. In Sommige landen als Denemarken en het Verenigd Koninkrijk was het gemiddelde vermogen per turbine in 2019 zelfs voorbij de 5000 kW. Dit laatste heeft met name te maken door het aandeel offshore wind in deze markten. In de laatste 10 jaar is het gemiddelde turbineformaat met 72 % gestegen.

Volgens Feng Zhao, Strategisch Directeur bij GWEC, zou 2020 wederom een record kunnen breken echter is dit onzeker geworden door de huidige COVID-19 crisis welke de wereldwijde toeleveringsketen aantast en welke de uitvoering van vele projecten vertraagt.

 

Tags: , , , , , , , , ,

Category: Cijfers wereldwijd, Wereldwijd, Windenergie, Windmolens

Reacties zijn gesloten.